Werkgever mag medische behandeling niet verplichten

Werkgever mag medische behandeling niet verplichten


 
Werkgever mag medische behandeling niet verplichten
 
Belemmert een buschauffeur zijn re-integratie als hij weigert een voorgeschreven insuline therapie te volgen? De kantonrechter oordeelt van niet.
 
De zaak
  • Werknemer is 54 jaar oud, sinds 1998 in dienst als buschauffeur tegen een maandsalaris van thans € 2.521,- bruto exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten.
  • Werknemer lijdt aan diabetes mellitus type 2. Dit is voor het eerst vastgesteld in 1998.
  • Werknemer moet zich voor zijn functie elke vijf jaar laten keuren door een keuringsarts.
  • Naar aanleiding van de laatste keuring in februari 2012 heeft de bedrijfsarts werknemer per 27 februari 2012 ziek gemeld.
  • In een e-mail van 17 april 2012 van de bedrijfsarts staat:
     “Zodra betrokkene adequate therapie start zal hij in minder dan 2 maanden het eigen werk weer kunnen starten, na goedkeuring via expertise. Op dit moment kan betrokkene mij niet overtuigen dat hij de adequate behandeling krijgt. Ook al is deze adequate behandeling wel al door behandelaars reeds geadviseerd en aangeboden. Betrokkene geeft aan dat hij mij documentatie zal overhandigen waaruit het effect en de prognose van de huidige behandeling zal blijken. Hij zal dit op zo kort mogelijke termijn overhandigen.”
  • Bij brief van 18 april 2012 stopt werkgever de loonbetaling omdat werknemer zijn herstel zou belemmeren doordat:
    - hij geen insuline therapie volgt.
    - terwijl dat herhaaldelijk door de huisarts, de specialist en de bedrijfsarts is voorgeschreven.
  • Werknemer vraagt het UWV om een rapportage arbeidsdeskundige. In deze rapportage staat dat:
    - werknemer niet op de bus mag rijden.
    - de stelling van werkgever dat werknemer niet adequaat handelt als het om medicatie gaat, niet wordt gedeeld door het UWV.
    - werknemer geschikt is om aangepast werk te verrichten.   
  • Bovendien staat in het rapport dat de re-integratie-inspanningen van de werkgever tot op heden niet voldoende is omdat: 
    - er geen probleemanalyse is opgesteld, althans dat werknemer die niet heeft ontvangen.  
    - er geen plan van aanpak is.
    - werkgever sinds 18 april 2012 werknemer niet meer in staat stelt werk te verrichten terwijl  er geen sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid.
  • De huisarts stuurt op 1 juni 2012 een brief naar de bedrijfsarts waarin staat dat er een spectaculaire verbetering is van de bloedwaarden.
  • Bij brief van 4 juni 2012 heeft werkgever werknemer medegedeeld de loonmaatregel te zullen handhaven.
     
Loonvordering in kort geding
Werknemer vordert in kort geding dat werkgever veroordeeld zal worden tot betaling van het loon en overige emolumenten, de maximale wettelijke verhoging over het achterstallige salaris, de wettelijke vertragingsrente vanaf 30 april 2012 tot en met de dag der algehele voldoening.
 
Eiser stelt daartoe dat:
  • hij wel degelijk voldoet aan zijn re-integratieverplichting en niet zijn herstel belemmert of vertraagt.
  • werkgever ten onrechte een loonsanctie toegepast.
  • aangezien werknemer zich niet goed voelt bij het injecteren van insuline, hij voor een alternatieve behandelmethode kiest die bestaat uit het nemen van tabletten, Surinaamse kruiden en fitness.
  • de testresultaten laten zien dat er een spectaculaire verbetering in de bloedwaarden is bewerkstelligd, zonder dat het injecteren van insuline daarbij nodig was.
  • bovendien wijst werknemer op de Regeling geschiktheid 2000, waarin staat dat de persoon die insuline gebruikt niet als buschauffeur mag werken, zodat de stelling van werkgever dat dat een adequate behandeling waarmee werknemer binnen twee maanden zijn eigen werk zou kunnen verrichten, onlogisch is.
  • werknemer stelt dat hij in de periode na 18 april 2012 beschikbaar is geweest voor passende arbeid, hetgeen hij aan zijn werkgever heeft medegedeeld.
     
Verweer
 
Werkgever voert aan dat:
  • werknemer zijn genezing heeft belemmerd, zodat werkgever op grond van artikel 7:629 lid 3 sub b BW niet gehouden is het loon tijdens ziekte te betalen.
  • reeds bij de keuring in februari 2012 bleek dat het bloedsuikergehalte van werknemer zodanig was dat er een medische indicatie was om insuline te gebruiken.
  • werknemer ten onrechte stelt dat het niet gebruiken van insuline in samenspraak met de huisarts zou zijn gebeurd
    het juist de huisarts was die naar aanleiding van de HbA1c-waarde de bedrijfsarts heeft laten weten dat er tot op heden een medische indicatie is om insuline te gebruiken.
  • de verzekeringsarts slechts telefonisch contact heeft gehad met de bedrijfsarts, niet met de huisarts, de specialist of werkgever zelf
  • er voldoende aanleiding is om het oordeel van de bedrijfsarts en daarmee dat van de huisarts en de specialist te volgen en niet dat van het UWV.
  • de arbeidsdeskundige van het UWV heeft zich ten onrechte gericht op de re-integratie-inspanningen van werkgever en heeft vrijwel geen medisch onderzoek gedaan.
     
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat werknemer niet in strijd heeft gehandeld met de op hem rustende verplichtingen voortvloeiend uit artikel 7:629 lid 3 sub b BW en kent de vorderingen van werknemer toe.
 

De kantonrechter overweegt daarbij het volgende:
  • Uit de UWV-rapportage blijkt dat de verzekeringsarts de mening van werkgever dat werknemer niet adequaat handelt als het om medicatie gaat, niet deelt.
  • Het betoog van werkgever, dat de verzekeringsarts slechts telefonisch contact heeft gehad met de bedrijfsarts en niet met de huisarts, de specialist en werknemer zelf, doet aan dit oordeel van de verzekeringsarts niet af.
  • Zonder nadere toelichting valt niet in te zien waarom dat voor een dergelijk oordeel in deze specifieke situatie noodzakelijk zou zijn.
  • Bovendien heeft de huisarts op 1 juni 2012 vastgesteld dat als gevolg van de door gevolgde behandeling sprake is van een spectaculaire verbetering van de bloedwaarden.
 
Kantonrechter Amsterdam,
9 augustus 2012
 
Gevolgen voor de praktijk
U kunt niet zomaar eisen dat een werknemer een bepaalde behandeling volgt. Uit artikel 7:629 lid 3 aanhef en onder b. BW blijkt dat de werknemer in beginsel een grote mate van vrijheid heeft bij de bepaling van de wijze waarop hij wenst te genezen.
Die vrijheid is gebaseerd op de horizontale werking van het recht op lichamelijke integriteit en het recht op eerbiediging van het privéleven, zoals onder meer vastgelegd in Grondwet en in verdragen zoals in artikel 8 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM).

Uit de parlementaire geschiedenis van artikel 11 Gw wordt afgeleid dat het recht op lichamelijke integriteit toepasbaar is op vele terreinen, zoals gedwongen medische behandeling, bloedafname en inenting.

De in bedoelde grondrechten vastgelegde vrijheden kunnen in horizontale verhoudingen, zoals tussen werkgever en werknemer, worden toegepast door middel van belangenafweging.

Indien blijkt dat die rechten op een zodanige wijze worden uitgeoefend dat dit tot vertraging of belemmering van het genezingsproces leidt, kan van de werkgever niet worden gevergd dat hij het loon van de werknemer gedurende die periode van vertraging doorbetaalt.
Van een zodanige belemmering of vertraging van het herstel is hier, naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter, geen sprake.
 
Wat kunt u leren van deze zaak?
Wat in deze zaak opvalt, is dat er geen plan van aanpak is en geen probleemanalyse maar dat de zaak wel snel is geëscaleerd door de loonstop. Het was verstandig geweest om in dialoog te blijven en samen te zoeken naar een oplossing. Want die was er wel degelijk in deze situatie. Namelijk, vervangende werkzaamheden. Maar het lijkt erop alsof de discussie alleen is gegaan over de vraag of werknemer gedwongen kon worden om insuline therapie te volgen. Door het loon te staken, komt de situatie vervolgens op scherp.
Bovendien verliest de werkgever de controle. In deze zaak resulteerde dat erin dat de werknemer een oordeel heeft gevraagd aan het UWV en dat werkgever daarin nauwelijks een rol van betekenis heeft gespeeld en dat de werknemer vervolgens mede op basis van dit oordeel de loonvordering krijgt toegewezen.
 
C&C 2017
 

Nieuwsbrief & Tips


Laatste nieuws


01/01/2018Alles nog een keer op een rij over een nul-uren arbeidsovereenkomst
Lees meer


01/01/2017Juridische uitglijders
Lees meer


01/01/2016Hoeveel loon moet u doorbetalen in het derde ziektejaar?
Lees meer


Alle nieuwsitems