Aansprakelijkheid arbodienst

Aansprakelijkheid arbodienst


Aansprakelijkheid arbodienst
Wegens onvoldoende begeleiding en advies bij re-integratie
 
Kantonrechter Utrecht, 19 oktober 2011
In deze zaak heeft de werkgever door UWV een loonsanctie opgelegd gekregen wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. De werkgever stelde de arbodienst daarvoor aansprakelijk. Hoewel de kantonrechter vond dat de arbodienst was tekort geschoten, wees de kantonrechter toch de gevorderde schadevergoeding af.
 
Feiten
De werkgever heeft een contract gesloten met een arbodienst, ArboNed, op basis waarvan arbodiensten worden verleend. Onder de dienstverlening valt de volledige begeleiding van arbeidsongeschikte werknemers vanaf het doorgeven van de ziekmelding aan het UWV tot en met de ondersteuning bij de WIA-aanvraag en het opstellen van een re-integratieverslag.

Een van de werknemers van de werkgever is uitgevallen wegens ziekte. ArboNed heeft het re-integratietraject van deze werknemer begeleid. De door de werknemer aangevraagde WIA uitkering is geweigerd. Verder heeft het UWV de werkgever een loonsanctie opgelegd. Volgens het UWV zijn de re-integratie-inspanningen van de werkgever namelijk onvoldoende geweest. Dit oordeel berust op de omstandigheid dat door ArboNed er in het re-integratietraject van uit was gegaan dat de werknemer geen benutbare mogelijkheden had, terwijl dat uitgangspunt volgens het UWV niet goed was onderbouwd door ArboNed. Er had geen deugdelijk onderzoek plaatsgevonden waarin de beperkingen van de werknemer hadden kunnen worden vastgesteld en aan de hand waarvan (mogelijk in samenwerking met een arbeidsdeskundige) naar passend werk had kunnen worden gezocht. De werknemer was niet op het spreekuur van ArboNed geweest (ook niet daarvoor uitgenodigd). Alle contacten tussen de werknemer en ArboNed waren telefonisch geweest.

Volgens het UWV had de werkgever moeten aansturen op contingente werkhervatting. Dat heeft zij niet gedaan en de reden die zij daarvoor heeft aangevoerd (dat er volgens ArboNed geen benutbare mogelijkheden waren) is geen deugdelijke grond voor het niet inzetten van een re-integratie bevorderende maatregel.

Namens de werkgever is bezwaar ingesteld tegen deze beslissing van UWV. UWV heeft het bezwaar van de werkgever ongegrond beoordeeld en de loonsanctie is aldus in stand gebleven.

Van belang is nog dat MedRecht, een onderdeel van ArboNed dat juridische bijstand verleent onder meer bij geschillen met het UWV over de re-integratie, het bezwaar heeft verzorgd voor de werkgever.
 
Ook over de wijze waarop het bezwaar is verzorgd, is de werkgever niet tevreden, omdat er stukken zijn ingediend zonder overleg met de werkgever en er een duidelijk advies ontbrak nadat het UWV een beslissing had genomen op het bezwaar.
Een saillant detail is nog dat na de beslissing op bezwaar van het UWV een arbeidsdeskundig re-integratie onderzoek is uitgevoerd door ArboNed en een extern bureau is verzocht om advies uit te brengen over de benutbare mogelijkheden van de werknemer. Uit dat onderzoek is duidelijk geworden dat de werknemer inderdaad geen benutbare mogelijkheden heeft.  Wel wordt hierbij aangetekend dat de oorspronkelijke onderbouwing van dit zelfde oordeel van de bedrijfsarts zeer onder de maat was.

Naar aanleiding van deze beoordeling dat de werknemer geen benutbare mogelijkheden heeft, is het UWV verzocht de loonsanctie op te heffen. Wanneer dit verzoek precies is gedaan en of dit eerder had kunnen worden gedaan en aan wie het te wijten is dat het niet eerder is gedaan, staat ter discussie en blijft in de procedure onduidelijk. Wel duidelijk is dat na ommekomst van de termijn waarvoor de loonsanctie gold, de werknemer alsnog een WIA-uitkering toegekend heeft gekregen op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%.
De werkgever is niet in beroep gegaan tegen de beslissing op bezwaar van het UWV. Zij heeft haar pijlen gericht op ArboNed en ArboNed aansprakelijk gesteld voor de schade die zij heeft opgelopen door de opgelegde loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. Volgens de werkgever ging het om een schade van circa € 50.000.
 
Oordeel rechter
De kantonrechter heeft de vorderingen van de werkgever afgewezen.
 
Motivering oordeel rechter
De kantonrechter stelt op de eerste plaats vast dat ArboNed richting de werkgever toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de tussen hen bestaande overeenkomst (overeenkomst van opdracht ex artikel 7:400 BW). Hoewel er volgens de kantonrechter geen discussie over is dat de werknemer geen benutbare mogelijkheden heeft en het oorspronkelijk uitgangspunt van de bedrijfsarts dat de werknemer geen benutbare mogelijkheden heeft, dus juist was, is ArboNed toch tekort geschoten. Als ArboNed namelijk dat uitgangspunt voldoende zou hebben onderbouwd, dan zou UWV hoogstwaarschijnlijk geen loonsanctie hebben opgelegd.
Toch wijst de kantonrechter de door de werkgever gevorderde schadevergoeding af. De reden daarvoor is dat de werkgever beroep had moeten (laten) instellen tegen de beslissing op bezwaar. Door het instellen van beroep was de opgelegde loonsanctie hoogstwaarschijnlijk van tafel gegaan. De werkgever was er door MedRecht over geïnformeerd dat het mogelijk was om beroep in te stellen tegen de beslissing op bezwaar en dat als zij dat daarover overleg wilde hebben, contact moest opnemen met MedRecht. Dit heeft de werkgever echter niet gedaan en de gevolgen daarvan (dat de opgelegde loonsanctie niet van tafel is gegaan) kunnen niet worden toegerekend aan ArboNed.

Kantonrechter Utrecht, 19 oktober 2011 (LJN: BU3636)
 
C&C 2013
 

Nieuwsbrief & Tips


Laatste nieuws


01/01/2018Alles nog een keer op een rij over een nul-uren arbeidsovereenkomst
Lees meer


01/01/2017Juridische uitglijders
Lees meer


01/01/2016Hoeveel loon moet u doorbetalen in het derde ziektejaar?
Lees meer


Alle nieuwsitems